Een Halve eeuw geleden

 

Deel 1 »Januari 1959.

Deel 2 »Het afscheid.

Deel 3 »Storm na Southampton.

Deel 4 »Curacao Willemstad.

Deel 5 »Cristobal.

Deel 6 »Panama kanaal.

Deel 7 »13 dagen alleen maar zee.

Deel 8 »Tahiti Papeete.

Deel 9 »Nog een week te gaan.

Deel 10 »Land in zicht.

Deel 11 »Auckland, New Lynn.

Deel 12 »Auckland, Verhuizen naar Ellerslie.

Deel 13 »Ellerslie er moest hard gewerkt worden.

Deel 14 »Onehunga Palacsinta restuarant.

Deel 15 »De hond van Geert en de Bioscoop.

Deel 16 »De grootste fout.

Deel 17 »Eindelijk een wel verdiende lange vakantie.

Deel 18 »Op weg naar mount Egmont.

Deel 19 »Verhuizen naar Middlemore.

Deel 20 »Terug in Ellerslie.

Deel 21 »Trouwdag Willem en Nel.

Deel 22 »De citroenboom en de buurtjes van de Linden.

Deel 23 »Het 7de en laatste huis in Nieuw Zeeland.

Deel 24 »Het vertrek.

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Deel 1

Ik was nog geen zeven jaar oud toen mijn ouders ons op de hoogte brachten van de geplande emigratie naar Nieuw Zeeland, mijn zuster Ineke was 11 jaar oud. Als kind besef je niet wat dit betekend en zie je dit als een enorm avontuur. Mijn vader en moeder kregen thuis al engelse les om bij aankomst in Nieuw Zeeland niet geheel met de mond vol tanden te staan. De engelse leraar leerde mij ook mijn eerste woorden en vol trots liep ik op straat tegen iedereen you are crazy te roepen. Wij woonden toen in de Alexanderstraat op Lombok in Arnhem. Ik zat toen in de eerste klas bij juffrouw Buis en leerde net letters over te trekken. Nederlands schrijven was net begonnen. Op mijn zevende verjaardag moesten wij met ons hele gezin ons melden bij de New Zealand counsil in Den Haag, daar kregen mijn ouders de laatste aanwijzingen voor het vertrek naar Nieuw Zeeland. Om zeker te zijn dat voor onze foxterrier een goed tehuis was gevonden hadden wij al vooraf afscheid genomen van onze hond. Speelgoed moest weg en daarbij moet je voorstellen dat ik een enorme verzameling treinen had met een schitterende model spoorbaan. Mijn vader en zijn broer die bij de spoorwegen werkte hadden veel zelf gemaakt het was van mij en soms mocht ik er mee spelen. Ons vertrek stond gepland op 17 maart 1959 met de SIBAJAK de op een na laatste tocht van dit schip dat in 1928 voor het eerst te water is gelaten. Het schip had dienst gedaan als troepenschip, en is pas later omgebouwd om te dienen als passagiersschip. Interssante gegevens en reis verslagen kon je vinden op de site van Reuben Goossens. Half 1959 is het schip naar Hong Kong gevaren om daar te worden gesloopt.

(terug naar top)

Deel 2 Het afscheid.

Op 14 maart 1959 op de verjaardag van oma Brinkhuis hebben wij van de hele familie afscheid genomen, het is nou niet bepaald het afscheids cadeau waar een moeder op zit te wachten, maar begrip was er wel. Mijn vader zou daar het weven van elastiek bijbrengen, zoals hij geleerd had op de "arnhemsche bandfabriek" waarvan hij een pracht getuigschrift kreeg natuurlijk in het engels en nederlands.



17 maart was het zover. Door de twee broers van mijn vader werden we weggebracht naar het schip om ons avontuur in een vreemde nieuwe wereld te starten. Eenmaal aan boord zagen wij de emotionele afscheids taferelen van alle families die hun dierbaren moesten missen.


Zoals gebruikelijk werden er aan boord serpentines uitgedeeld en zo kon men toch nog kontakt houden met de familie. Op het moment dat de Sibajak haar mist hoorn liet horen kwamen de serpentines strak te staan en werden de laatste banden met de familie verbroken.


Nu was er alleen nog maar tijd om met de zakdoek in de hand vaarwel te zeggen.


Voor je het weet zie je de kust van Nederland verdwijnen en gingen wij op weg naar Southampton.

(terug naar top)

Deel 3 Storm na Southampton.

In Southampton zijn alleen passagiers aanboord gekomen en mochten wij niet aan wal gaan. Daarna de Atlantische Oceaan over naar Curacao. Onderweg hebben wij zwaar weer gehad.


Huizen hoog sloegen de golven over de boeg en veel passagiers werden zeeziek. Aan boord werd voor de kinderen veel georganiseerd, achter in het schip kon je knutselen en spelletjes doen. Vlak bij onze hut waren toiletten die door indonesische knechten werden schoon gehouden, ik herinner me dat ze het leuk vonden om een spreuk uit te spreken en spuggend in de handen je probeerde bang te maken. Ik denk dat ze dat als geintje bedoeld hadden maar bang was ik wel als jongen van 7 jaar. Eten deed je niet gelijk met je ouders, kinderen eerst en ouders later. Op de volgende twee foto's zie je de eetzaal ,links ben ik en rechts mijn zuster Ineke. de twee kinderen aan onze tafel waren de kinderen van Theo en zijn vrouw die aanboord met mijn ouders optrokken.



De ouders gingen na de kinderen aan tafel, hier zitten mijn mijn vader en moeder aan tafel met mede passagiers.



Op naar Willemstad....................................................…

(terug naar top)

Deel 4 Curacao Willemstad.



De Kapitein op onze reis was Kapitein Flach. Of hij ook het schip later dat jaar naar Hong Kong heeft gebracht voor de sloop weet ik niet. Wel was de Sibajak een schip met veel herinneringen. Er zijn veel verhalen over het schip op internet te vinden, van passagiers en bemannings leden.


De afstand van ongeveer 7500 kilometer werd afgelegd in 10 dagen. Op 27 maart liepen we de haven van Willemstad binnen.


Willemstad bekend door zijn drijvende houten draaibare pontonbrug.


Met een lengte van 168 meter is de Koningin Emma brug de enige drijvende houten draaibrug ter wereld. De brug is gebouwd in 1888 en in 1939 geheel vernieuwd. In het begin was het een tolbrug maar mensen op blote voeten mochten gratis naar de overkant. Een leuke vergelijking met vroeger een foto van nu en een foto die mijn vader nam 50 jaar geleden van het St Anna district.



Na ons bezoek aan Willemstad gaan wij opweg naar Cristobal de haven voor dat we het Panama kanaal ingaan.................

(terug naar top)

Deel 5 Cristobal.

Cristobal is een armoedig uitziend stadje waar een onaangename geur hing, waarschijnlijk vanwege de markt. Wij zijn aan wal gegaan met mede passagiers.


Op de markt kon je goed fruit kopen. Het vlees zag er niet zo smakelijk uit geen koeling en veel vliegen. Wij hebben heerlijke ananas en bananen gekocht.


Spelende jongens met een tractor band hadden de grootste lol.


Het monument van Aspinwall, Stephens en Chauncey de oprichters van Cristobal.


Weelde……….


en armoede liggen dicht bij elkaar.


Het eerste contact met buitenlandse kinderen.


De was ophangen


Op naar het Panama kanaal……………………….

(terug naar top)

Deel 6 Panama kanaal.

Het Panama kanaal heeft een lengte van 81,6 kilometer, breed 70 tot 300 meter, en diep minimaal 14,3 meter. De gemiddelde vaar tijd is 9 uur. Omdat de schepen steeds groter worden is er nu behoefte om een aantal sluizen te verbreden. Een mooi gemaakte documentaire uit 1939 kwam ik tegen op Youtube. Helaas in het engels maar het geeft wel een duidelijk beeld van het Panama kanaal. Om via het Panama kanaal van de Atlantische Oceaan naar de Grote Oceaan te varen scheelt enorm veel tijd en duizenden kilometers. Een Amerikaans schip dat van de oost naar de west kust moest varen spaarde 9000 kilometer uit als men via het Panama kanaal ging en niet om Kaap Hoorn heen.




De ingang naar de sluizen, tropische beelden dicht begroeid met varens en palmbomen.


Met locomotieven werden we door de sluizen getrokken.


Op naar Tahiti…………………………………………..

(terug naar top)

Deel 7 13 dagen alleen maar zee.

De zee was erg rustig na Panama en de reis naar Tahiti leek eeuwig te duren. Omdat de Sibajak wat problemen had met èèn van haar schroeven konden we niet met volle kracht varen. Met een gemiddelde snelheid van 27 kilometer per uur gingen wij op weg naar de haven van Papeete.

Hier een foto van het verblijf in de hut.


Er werden voor de kinderen spelletjes georganiseerd om de tijd te doden.
Met muziek werden ze opgehaald.



Hier is Ineke appels aan het happen uit een emmer met water.



En er kon er maar èèn de winner zijn.

(terug naar top)

Deel 8 Tahiti Papeete.

Het moet ongeveer 10 April 1959 zijn geweest dat wij weer land in zicht hadden Tahiti.


Tahiti is een van de duizend eilandjes die samen Polynesië vormen. Wij moesten wachten om de haven in te mogen, de haven is niet erg groot en er moest eerst een schip vertrekken om plaats te maken voor de Sibajak. Wij lagen te wachten voor een kein mooi begroeid eilandje ons droom eilandje, ik herinner me dat mijn vader zei als ik ooit rijk ben dan koop ik dit eilandje.


Eindelijk toen wij richting haven mochten varen kwam al heel snel dit pittoresk kerkje inzicht. Het wit stak prachtig af tegen de tropische begroeiing van Papeete. Het kerkje is later herbouwd maar de stijl is gelijk gebleven. De kerk heeft nu een roze kleur.





In de Haven van Papeete lag een Frans patrouille schip. De F711. Dit schip heeft een enorme geschiedenis die ik even zal toelichten. Het is gebouwd door Smiths Docks in de UK en werd gedoopt op 27 Augustus 1942 als HMS MOYOLA (naam van een rivier in noord Ierland). Begin 1943 vaarde ze uit samen met andere oorlogsschepen als konvooi voor het troepenschip dat naar Freetown Sierra Leone vertrok.Op 11 July dat jaar werden ze aangevallen door twee FW 200 vliegtuigen net buiten Oporto. De "California" en de "Duchess of York" werden geraakt en vlogen in brand waarna ze tot zinken zijn gebracht. stip. Het derde schip de "Port Fairy" kwam samen met de HMS Moyola veilig in Casablanca terecht. 1660 mensen werden gered door het konvooi waar de Moyola deel van uitmaakte en 95 werden vermist.


25 Augustus werd het konvooi dat aangevuld was met de Canadese 5de Escort groep aangevallen door 14 Duitse Doniers DO-217 en 7 JU-88's met het nieuwe duitse wapen de Henschell Bommen. Een aantal schepen in beide groepen werden geraakt en er vielen slachtoffers, de "Moyola"ontsnapte onbeschadigd. 15 oktober 1944 werd het schip aan het Franse vreemdelingen legioen overgedragen, die haar dezelfde dag omdoopte in FFL Tonkinois. 11 december 1948 kreeg ze de opdracht om het vermiste schip Le Cancalais te zoeken, die later werd gevonden bij Antartica met een defecte radio. 1953 werd zij weer omgedoopt in La Confiance(F711), zo troffen wij haar aan in Tahiti. Het schip is in September 1961 gesloopt in Brest.


Er is zelfs nog een postzegel uitgegeven ter herinnering aan de 711 in 2007.




Leuk om te zien zijn de deux chevaux's (lelijke eendjes) op de kade en de kerk toren 50 jaar geleden en nu.

Wij hebben een wandeling gemaakt door de bergen en vonden kokosnoten onder de palm bomen, Wij gingen de kokosnoten met stenen te lijf maar dat viel niet mee, blaren in de handen. Iets verder kwamen wij langs een kazerne waar een militair de wacht hield die sloeg voor ons de kokosnoten in een klap door met een enorm mes. Het verse kokosvlees was heerlijk.



Terug in de bewoonde wereld hebben wij vol verbazing gekeken naar de bouwvakkers die aan het metselen waren, De man die het cement aanmaakte gooide de schep kompleet met cement naar boven.



Wij hebben de nacht doorgebracht aan boord en vertrokken de volgende ochtend naar Wellington.

(terug naar top)

Deel 9 Nog een week te gaan.



Na bijna zes weken varen wil je eindelijk weer op vaste grond staan, en is de nieuwschierigheid naar je bestemming groot. Ineke tuurt hier in de verte om te zien of Nieuw zeeland al inzicht is. Maar het is altijd nog 4400 kilometer dus 7 dagen varen.



Aanboord werd nog even als een soort afscheids feest wat cadeau's en lekker eten uitgedeeld, terwijl passagiers naar Australië nog een week verder moesten. Daar was ook de familie van der Biezen met 9 kinderen bij. Met Catharine van der Biezen heb ik door in google te zoeken contact gekregen.



(terug naar top)

Deel 10 Land in zicht.

Eindelijk aangekomen in Wellington waarschijlijk op 17 of 18 april





Op de kade hebben wij afscheid genomen van de Sibajak wetend dat zij over een paar maanden gesloopt zou worden. Ik heb nog even op internet gezocht en onze kapitein heeft inderdaad het schip naar Hong Kong gevaren om daar te worden gesloopt.



Wellington was niet onze eind bestemming,wij moesten nog met de nacht trein naar Auckland. Een treinreis van 15 uur !



De vermoeidheid slaat duidelijk toe.

(terug naar top)

Deel 11 Auckland, New Lynn.

Op het station in Auckland stond de Heer Laurens ons op te wachten van de immigratie dienst. De heer Laurens voor dat hij ons naar onze nieuwe onderkomen bracht nam ons mee naar zijn gezin ter kennismaking. Zijn kinderen hadden leuke speelpoppen en al snel waren mijn zuster en ik aan het spelen.


Voor het eerst werden wij geconfronteerd met het Engels. Op de foto hier boven links ziet men mijn moeder en mevrouw Laurens met op de voorgrond mijn zuster en ik spelend met de poppenkast poppen van hun zoon.



Onze woning in New Lynn in de Dudley avenue (vanaf 1 maart 1969 Akehurst avenue) lag pal langs de golf baan. Golf ballen kwamen daardoor vaak de tuin in. Ik verzamelde ze en had al snel een schoenendoos vol. Ik maakte er een sport van om ongezien snel ballen op de baan om te wisselen. Verborgen achter de struiken genoot ik van de verbaasde uitdrukkingen op de gezichten als plotseling hun bal een ander merktekentje had. De spelers begrepen er niets van. Het huis zag er een beetje spookachtig uit en werd gedeeld met de aardige Schotse meneer Jack Collins die de beneden verdieping bewoonde. Hij gaf mijn zuster en mij wat Engelse les, en hij vond het prachtig om wat Nederlands te leren. Hij kwam niet verder als "de maan is rond twee ogen en een mond wie steekt zijn neus erin" en dat met een Schots accent !





Bij de plaatselijke levensmiddelen winkel de Foursquare grocery store mochten wij na sluitingstijd helpen met het tellen van de munten, hierdoor leerde mijn zus en ik de Nieuw Zeelandse munt eenheid kennen. Toen had men nog pounds, shilling and pence. Op een dag regende en stormde het zo hard dat ik op weg naar huis van deze winkel in het donker compleet door de wind werd opgetild mede door de plastic jas die ik aan had waar de wind goed onder kon komen. Ik schreeuwde uit angst en hield mijzelf aan een lantaarnpaal vast.Gelukkig kwam mijn zus mij helpen. Mary Poppins was er niets bij. Op school in New Lynn was het best wel eng alles ging in het Engels en wie niet luisterde of stout was kreeg de strap. De strap was een lederen riem van 5 cm breed en een kleine meter lang, hiermee werd je op de handen geslagen, bij de neergaande beweging werd het onderste gedeelte wat dubbel gevouwen was los gelaten waardoor de riem dubbel zo hard op je hand terecht kwam. Als je 6 klappen had gehad drie op elke hand mocht je naar huis. Meestal stopte men bij 5 !.


1959 was een belangrijk jaar voor Auckland want op 30 mei werd de Harbourbridge feestelijk geopend. Dit was voor veel automobilisten de uitkomst. Een snelle verbinding tussen het centrum van Auckland en de North shore. Ondanks de toll was het een enorme besparing op de benzine kosten en tijd natuurlijk. Op YouTube staat een film van de opening echt de moeite waard.



(terug naar top)

Deel 12 Auckland, Verhuizen naar Ellerslie.


De Narrow fabrics de fabriek waar mijn vader werkte met de heer Bloemendaal als directeur was gevestigd op 616 Great South road in Ellerslie. Het was dus voor ons dus beter om daar in de buurt een woning te zoeken. Het hield wel in dat mijn zuster en ik naar een andere school moesten, en dat is nooit leuk. Drie maanden in New Lynn net gewend en weer verkassen naar Ellerslie. De schoonheid van het huis en zijn omgeving deden al snel het spookachtige huis in New Lynn vergeten want 30 Gavin street werd onze nieuwe bestemming.


De foto toont het huis 50 jaar geleden en rechts het huis op Google earth streetview nu, Het is niet veel veranderd een nieuw dak en het linkerraam is groter gemaakt. Maar weer woonden wij er niet alleen, June Pulham was mede bewoonster een hele aardige vrouw, de woon gedeelten waren gescheiden. Ellerslie school gevestigd op 12 Kalmia street was wat uitstraling betreft veel gezelliger dan de school in New Lynn. Al snel hadden mijn zus en ik vriendjes. Michael Mathewson was daar één van en via hem werd ik lid van de padvinderij. (Akela we will do our best, we will dib dib dib and dob dob dob.) Met deze kreet werd je in de groep aangenomen.



June Pulham en de padvinder (cub).

Bij de padvinderij werd een Bob a Job georganiseerd (een bob was een shilling, in het Nederlands een heitje voor een karweitje) Ik besloot auto's te wassen en al snel had ik mijn lijst van karweitjes vol, en omdat ik één van de winnaars was kreeg ik het boek Treasure Island van Robert Louise Stephenson. Trots als een pauw nam ik de prijs in ontvangst. Het Engels spreken ging steeds beter en als kind leer je dit automatisch. Het was ook in Ellerslie dat mijn vader de wens had om het rijbewijs te halen. In die tijd ging dat vrij eenvoudig, rijles was er niet bij, je kocht een auto en ging met iemand met een rijbewijs oefenen. Na een paar oefeningen kon je bij het plaatselijke politie bureau je melden voor het rijbewijs. Een agent stapte in en mijn vader moest even 40 meter rijden stoppen en keren en hij was geslaagd. Onze trots was een Ford Anglia uit 1947 met een Prefect motor.



Ineke links Rob in het midden en Annette Jameson rechts (een vriendin van Ineke die aan het eind van de Eaglehurst road woonde)

De Ford was voorzien van een linnen dak en in de garage hing een onbeschermde lamp, deze hing iets te laag en rustte op het dak van de auto. Het was geen probleem totdat mijn vader vergat de lamp uit te doen ! s'Morgens keek hij in de garage en de binnenkant van de Ford was volledig verlicht. De lamp was door het linnen gesmolten en hing prachtig in de Ford. De rest van de tijd dat wij het Fordje hadden moest hij met een dicht geplakt dak door het leven.

(terug naar top)

Deel 13 Ellerslie, er moest hard gewerkt worden.

Er moest hard gewerkt worden, dit zal herkenbaar zijn voor de meeste immigranten. Mijn moeder ging solliciteren bij een fabriek op loop afstand van ons huis. Het was zwaar werk, zij moest met een machine werkhandschoenen die gestikt waren keren, vinger voor vinger werden de handschoenen gekeerd. Het was wennen voor mijn moeder tenslotte was dit haar eerste baan. Contact met Nederland ging via geluidsbandjes ,het luisteren naar de herkenbare stemmen van de familie liet nog wel eens een traan vloeien.



De uitzendingen van radio Nederland waren altijd leuk om te volgen, vooral omdat het in je moeders taal was. Ik herinner mij dat in een speciale uitzending voor ouders van immigranten er een programma was genaamd "wij komen". Dat was heel spannend mijn oma's allebei op de radio en toch zover hier vandaan. Ze zijn nooit overgekomen wel zag ik laatst bij mijn moeder nog de lepeltjes met het opschrift wij komen. Ellerslie was echt leuk in de hoofdstraat was een groente winkel van een Chinese familie, namelijk bijna alle groente zaken waren in handen van Chinezen. In deze zaak kon je voor 6 pence een heerlijk stuk suikerriet kopen. Het spoor oversteken ging per loopbrug en daarmee kwam men van de hoofdstraat in de Kalmiastreet waar onze school was. Mijn vriend Michael Mathewson woonden op 16 Aronstreet samen met zijn vader en broer Donald. In de aangrenzende tuin van de buren stonden nogal wat appelbomen met heerlijke grote gele appels een gepikt appeltje smaakt altijd beter dan de appel uit de winkel. De vriendin van mijn zuster Ineke had als hobby gel maken en ik moest ook mee doen, mijn kapsel veranderde al snel, een krul op je voorhoofd en strak naar achteren gekamd. Achter in onze tuin bevond zich een enorme grot als je daar in ging kwam je een heel eind verder er weer uit. Dit was altijd spannend en het bouwterrein waar dit op uitkwam was slecht beveiligd. Wij vonden daar vreemde dingen, we speelde ermee niet wetend wat het waren. Later bleken het detinators te zijn, slaghoedjes om explosieven af te laten gaan. Het was gelijk de laatste keer dat ik daar mocht spelen. Om wat uit te proberen maakte mijn vader samen met Bob Bodt schemerlampjes van koper, de echte Kiwi's vonden het zonde om een lamp in een kap of behuizing te doen omdat dit licht verlies gaf, dus daar ging de handel. De maanden vlogen voorbij en vaak gingen wij met ons Fordje er op uit.


De wegen waren vaak slecht en onverhard zoals hier onder duidelijk te zien is op deze T splitsing.


(terug naar top)

Deel 14 Onehunga Palacsinta restaurant.

Mijn vader was nog steeds op zoek naar geluk. Op een dag sprak hij Geert Kremer. Geert Kremer was de eigenaar van de Palacsinta restaurant en had zijn restaurant te koop staan. Geert was van plan om minimaal een jaar terug te keren naar Nederland en dan een mooie auto mee terug te brengen. Nieuwe auto's mochten niet ingevoerd worden en moesten minstens een jaar oud zijn, waarom begreep ik niet . Mijn vader had wel zin om het restaurant te kopen en Geert vond het prima, alleen was er een voorwaarde aan verbonden. Geert had namelijk een pracht van een herdershond, en wij moesten dan tot zijn terug keer voor zijn hond zorgen. De deal werd gesloten en Ineke en Ik konden weer afscheid nemen van onze vrienden en de school in Ellerslie waar wij het enorm naar onze zin hadden. Wij moesten weer verhuizen, en nu naar 296 Queenstreet in Onehunga. Het woon gedeelte was niet erg groot en Ineke en ik moesten de kamer delen. Dit werd opgelost door de kamer in hoogte te delen door een verdieping. (vloer) Nu hadden wij onze eigen kamer.Er moest wel het een en ander opgeknapt worden .



De Onehunga school had voor mij een groot voordeel. Ik kon achter het restaurant zo over het hek stappen en ik stond op het schoolplein. Queenstreet was een lange winkelstraat, tegenover het restaurant was Hotel Onehunga met een enorme pup. Een pup is een groot cafe met een biergarden waar honderden gasten een biertje konden drinken . Om zes uur moest iedereen eruit, dit werd verwezenlijkt door een bobby (politieagent). Dit bezorgde ons restaurant veel bezoekers want na een dag hard werken en een biertje had men best wel trek. De kookkunst van mijn vader en moeder was een welkome verrassing voor de bezoekers en de zaak trok steeds meer klanten. Mijn vader had een voorliefde voor Billy Vaughn en draaide bijna altijd zijn muziek op de achtergrond. Een heel bekend nummer was Sail along silvery moon


Sommige klanten kwamen speciaal voor de muziek om tijdens het eten hiervan te genieten. Het restuarant was te klein en naast ons stond een klein pandje te koop waar een makelaar in had gezeten. Dit was precies wat ons restaurant nodig had en plaats bood voor 20 extra zitplaatsen.








(terug naar top)

Deel 15 Het trieste einde van de hond.

Alle honden moesten om de zes maanden voor controle op Hydatis, dit was een ziekte die door honden op schapen konden worden over gebracht. Door de enorme hoeveelheden schapen was men hier erg streng mee. Een hond met Hydatis moest onmiddellijk afgemaakt worden. En zo gingen we met de herdershond van Geert naar de controle. De hond had achter het restaurant een loop hok en kennel omdat hij in het restaurant niet mocht komen. En ja hoor, het arme beestje was besmet geraakt. Geert was niet bereikbaar in Nederland en mijn vader moest met de hond in de auto naar de dierenarts om hem in te laten slapen. Dit was niet eenvoudig want om een hond in te laten slapen, moest men toestemming hebben van de eigenaar. Geen enkele dierenarts wilden het beestje in laten slapen, tenzij mijn vader een notariële verklaring had ondertekend dat hij de volledige verantwoording nam voor deze beslissing. En het beestje moest i.v.m. de ziekte een spuit krijgen ! Na een bezoek aan de notaris was men bereid het dier in te laten slapen. Wij hadden geen keus. Alles moest verbrand worden zijn hok en de ren alles.


Naast het restaurant was een dairy shop en daarnaast een bioscoop. Mijn vader en moeder waren door het restaurant erg druk en vaak moest ik mijn eigen vermaak zoeken. Ineke had al een leefdtijd dat ze altijd op pad was. Aan de andere zijde was een radio en tv zaak en deze had elke avond een tv aanstaan in de etalage. Dus met een kistje onder de arm zat ik uren voor de etalage tv te kijken. Aan de andere kant had ik de bioscoop, deze had bijna altijd de nooduitgang open i.v.m. de warmte, de school had een zwembad. Wat een luxe 's avonds eerst stiekem met een luchtbedje zwemmen op school daarna lekker gestrekt op het luchtbed kijken naar films. Het duurde niet lang of mijn vader kon niet anders dan een tv voor ons kopen.


Hier ziet men de situatie zoals het nu is op Google Earth. Het grote grijze dak was de bioscoop daarnaast de dairy store en dan het restaurant. Na 50 jaar is het zwembad op school en de speelplaats duidelijk te vinden. Het Hotel met pub is opgeslokt door de Onehunga Mall. (winkelcentrum).


Het restaurant trok veel buitenlanders uit heel Europa, Zo was er Emile een Oostenrijker die speciaal voor de Wiener Schnitzel kwam en altijd vroeg of Billy Vaughn gedraaid kon worden. Maar ook bekende spelers van de All Blacks (rugbyspelers uit het nationale team) kwamen regelmatig de Palacsinta bezoeken. Jan Hueting een Nederlandse vrijgezel uit Arnhem was erg eenzaam. Hij bezocht ons vaak zodat hij gezellig kon praten. Hij had moeite met zijn Engels. Wij hadden hulp in de bediening van twee vrouwen, Uranka een Hongaarse en Dorethy. Dorethy had een bijzondere hobby zij was namelijk de eerste vrouwelijke stockcar driver in New Zealand. Elke avond geopend en overdag voorbereiden, dit was voor mijn vader en moeder ondanks het harde werken het doel van de emigratie, het succes.

(terug naar top) Deel 16 De grootste fout.

De Palacsinta liep erg goed, en de cijfers logen er niet om. Mijn vader zag dat in Otahuhu tegenover Foodtown op de Great South Road een pracht restaurant te koop was. Dit was een groter restaurant met een dansvloer een speciaal hoekje voor een band en een aparte take away afdeling. Hij was verliefd op dit project maar had niet de financiële middelen om zelfstandig dit project te kopen. Maar voor alles is een oplossing te vinden. Mick Sweet een taxi chauffeur die regelmatig kwam eten in de Palacsinta hoorde van het verlangen van mijn vader om de Rendezvous te kopen. Mick had een moeder die vermogend was en hij stelde voor om samen met mijn vader een partnership te beginnen. Mick de administratie en mijn ouders zouden dan het restaurant runnen. Goed gelovig als mijn vader was hakte hij de knoop door. Na fantastische jaren in Onehunga kocht hij samen met Mick de Rendezvous.


Voor ons betekende dat weer verhuizen en dat was voor Jan Hueting een uitkomst. 47 Aranui road in Otahuhu gaf ons meer ruimte en daardoor kon Jan bij ons in huis komen wonen. Voor mij betekende het weer afscheid nemen van mijn vrienden en weer een andere school, dit keer in Papatoetoe. Jan gaf mij zijn fiets zodat ik daarmee naar school kon en deed veel om met mij de tijd door te brengen. Hij nam mij regelmatig mee naar Epson speedway, en thuis leerde hij mij op een wereldkaart alle hoofdsteden van de wereld te vinden. Jan werkte graag in de tuin en samen hebben wij de lekke vijver onder de palmboom in de voortuin gerepareerd. Ook hielp ik mee in het restaurant, zo stond ik bestellingen op te nemen in de take away en in de kelder schilde ik de aardappelen met een machine. Ik herinner me nog dat mijn ouders mij wel eens vonden slapend in de kelder tussen de aardappelzakken. Er waren wel eens klanten in de take away die per ongeluk de verkeerde bestelling mee kregen, als deze boos terug kwamen veroorzaakte dit nog wel eens een huilbui vooral als het erg druk was, ik was toen 11 jaar oud 1963.




Helemaal rechts aan het eind van mijn rij staat Jan Wolfert. Hij was met zijn ouders Roel en Toos en zijn zus Francis en broer Rolf ook vanuit Arnhem naar New Zealand geëmigreerd. Er schuilt een triest verhaal achter. Broer Rolf was getrouwd met een stewardess. Bij een vliegtuig ongeluk in 1979 op Antartica is zij verongelukt, dit kwam zo hard aan dat Rolf een einde aan zijn leven maakte. Dit gebeurde allemaal nadat zijn vader in Nederland aan een hartstilstand achter het stuur van zijn auto is overleden, Jan kon als mede passagier de auto tot stilstand brengen. Wij waren met de familie Wolfert goed bevriend. Naast het restaurant was een dieren winkel, ik ging daar regelmatig naar binnen om met het voeren van de dieren te helpen. Er was een klein hondje een Sydney Silky terrier die mijn aandacht trok. 8 pound moest hij opbrengen, wat wilde ik graag dit hondje meenemen. Klein en fel was hij en ik noemde hem Sparky (vonkje). Het duurde ook niet lang of mijn vader besloot Sparky te kopen, wat was ik blij. Omdat mijn ouders altijd druk waren kreeg ik veel van mijn wensen vervuld.


Het Restaurant liep goed maar het had niet de gezelligheid van de Palacsinta.


Aan de andere kant van het restaurant was een enorme carsale bedrijf, de eigenaar had op het terrein een paar herdershonden lopen, deze werden gevoerd met overblijfselen uit onze keuken. Uit dankbaarheid mochten wij zijn speedboot lenen. Veel plezier hebben wij daar niet van gehad omdat wij de boot niet aan de gang gekregen. Bij het terugbrengen kregen wij de aanwijzing om de motor in de versnelling te starten. Toen wij dit hoorden zijn we vlakbij in de haven toch nog even gaan varen. Hij had wel kracht en stond als passend geheel schitterend achter onze Ford Consul ja de Ford Anglia hadden wij ingeruild voor de luxe Consul.


Na een aantal maanden kwamen er steeds meer rekeningen op de mat, deze werden door Mick behandeld en mijn vader en moeder gingen verder met het runnen van het restaurant. Totdat de leveranciers de kraan dicht deden en eerst de openstaande rekeningen opeisten , mijn vader begreep hier niets van, maar kwam snel tot zijn conclusie dat zijn partner verzaakte, en meer op de renbaan te vinden was dan dat hij zich aan de boekhoudkundige verplichtingen hield. De schulden waren zo groot opgelopen dat mijn ouders het advies kregen om met een ruim salaris de handdoek in de ring te gooien. Zo gingen jaren van hard werken in één klap de mist in. Wij sloten dit avontuur af met een 6 weken lang verdiende vakantie, en trokken het noord eiland door tot aan Wellington.

(terug naar top)

Deel 17 Eindelijk een wel verdiende lange vakantie.

Nieuw Zeeland is een schitterend land en bestaat hoofdzakelijk uit twee eilanden. Het is lang gerekt en is zeven keer groter dan Nederland. Wij zijn in de zes jaar dat wij er waren alleen op het noord eiland geweest. Het zuider eiland moet nog mooier en ruwer qua natuur zijn. NZ is door de Maori's genoemd Aotearoa en dat betekend het land van de lange witte wolk. Alles wat in de rest van de wereld te vinden is vind je daar in één land. Daarmee bedoel ik geisers, bergen, meren, en jungleachtige begroeiing. Het klimaat is voor het grootste gedeelte subtropisch. In de jaren dat wij in Auckland woonden is er geen sneeuw gevallen. Hoe verder naar het zuiden hoe meer kans om sneeuw te zien. En dat wilden wij gaan bekijken. Zo stond Mount Ruapehu, Rotarua met lake Tuapo, Mount Egmont, en Wellington de hoofdstad op ons programma. Jan Hueting die zich bij ons helemaal thuis voelde ging mee op vakantie. Met z'n vijven een tent en kampeerspullen gingen wij op weg in de Ford Consul.











Via Rotorua met zijn kokende blubber, stoom, en onpeilbaar diepe gaten waar stoom uitkwam, vervolgden wij onze weg naar Lake Taupo, hierbij kregen wij mooi zicht op Mount Ruapehu.




De lange Desertroad met in de verte Mount Ruapehu met haar toppen bedekt met sneeuw. Wij genoten van de vakantie en van de prachtige natuur van Nieuw Zeeland. Rotorua was erg mooi en boeiend wat mij erg fascineerde en na al die jaren nog in mijn geheugen staat waren de warmwater bronnen , het kokende modder en de onpeilbaar diepe gaten waar moeder aarde op geregelde tijden stoom uit blies en niet te vergeten de zwavel geur. De Maori's gebruikte deze krachten om te koken en wisten deze wereldse krachten slim te gebruiken.

(terug naar top)

Deel 18 Op weg naar mount Egmont.

Wij bezochten mount Egmont en Wellington voordat wij van de tocht begonnen terug naar Auckland.


Het bleef bij een poging, wij zijn niet verder geklommen.


De kust lijn aan de rand van Wellington.


Het strand met in de verte de ferry naar het zuider eiland, mogelijk de Whahine die op 10 april 1968 is gezonken.

(terug naar top)

Deel 19 Verhuizen naar Middlemore.

Omdat wij uit het restaurant waren vertrokken moesten wij ook het huis verlaten, gelukkig vonden mijn vader en moeder snel werk. Samen een baan op de Kings college, mijn vader als conciërge en mijn moeder in de keuken bij deze baan kregen wij ook een woning op de middlemoreroad en kon ik op de Papatoetoe east school blijven. Niet ver van ons nieuwe verblijf was een Hostel. Een Hostel is een opvang centrum voor immigranten. Mijn zuster Ineke (Regina) kwam Willem Boogardt en Wim Mighorst tegen, twee Rotterdammers. Het eten in het Hostel was niet bepaald lekker en Ineke vroeg of Willem en Wim bij ons wilde komen eten. Mijn moeder kookte op z'n Hollands en daar hadden de twee wel oor naar. Het was zo gezellig dat al heel snel Willem en Wim zich bij ons voegde. Wij met z'n vieren en drie kostgangers betekende wel en ik durf het haast niet te zeggen dat wij moesten verhuizen naar een groter huis. Wij vonden een huis dat geschikt was op de great south road tussen twee nederlandse gezinnen, de familie van der Linden, en de familie Prins. Maar wat ik wel fijn vondt was dat de achtertuin aan de Ellerslie school grensde, en ik weer oude vrienden had van een paar jaar geleden toen we in de Gavinstreet woonde.

(terug naar top)

Deel 20 Terug in Ellerslie.

Het was heel gezellig met Jan, Willem en Wim. Jan was fan van de Everly brothers en draaide konstant hun LP. Ineke hield van Roy Orbison en zo zaten wij gezellig te luisteren naar crying in the rain en in dreams. Ineke werkte bij Storkline baby artikelen, en mijn vader heeft na de Kings college van alles geprobeerd, dit viel niet mee want hij was eigenbaas geweest. Het gras in onze tuin stond erg hoog dus ging mijn vader opzoek naar een paar lammetjes. Heel leuk, ze moesten nog met de fles groot gebracht worden. Wij noemde ze Bingo en Dingo.


Ondertussen had Willem bericht gekregen dat zijn vriendin Nel uit Rotterdam zou overkomen.Mijn vader had technisch werk gevonden bij Slidefast onderdeel van YKK ritssluitingen fabriek. Hij had het naar zijn zin en mijn zus ging werking bij de Nylon afd van slidefast. Wim was geen harde werker maar ging graag een gokje wagen op de paarden renbaan. Als hij geen geld meer had verkocht hij zijn gereedschap om weer lekker te kunnen luieren. Er kwamen steeds meer kostgangers bij, somige voor een kort verblijf, zoals Theo. Theo is met de Sibajak gelijk met ons en zijn gezin naar Nieuw Zeeland gekomen, in zijn huwelijk ging het niet goed dus zocht hij onderdak en troost bij ons. Inmiddels was onze familie in totaal uitgebreid met 5 kostgangers. Jan, Wim, Willem, Theo en Cor. Willem werd steeds zenuwachtiger omdat hij Nel zijn aanstaande bruid in Wellington moest ophalen. Dit zou hij doen met zijn nieuwe Fiatje 500, er was echter één groot probleem het Fiatje was gek op olie. Hij is dan ook niet ver gekomen halvewegen Wellington kwam er alleen nog maar rook uit het uitlaatje, met als gevolg motor total loss. Het is hem via hulp toch gelukt om zijn bruid naar Auckland te krijgen.

(terug naar top)

Deel 21 De trouwdag van Willem en Nel.

14 November 1964 het feest kon beginnen, Nel was er klaar voor en straalde van geluk.


Het was een gezellig feest. Van de Dominee kreeg Willem een mooi boek met gekleurde plaatjes de Bijbel. Mijn vader wist nog een paar moppen, en op de party die daarop volgde werd de polonaise gedanst.


Op de foto Links, Willem in gesprek met rechts Wim Mighorst. Foto daaronder Wim , Giel en de Dominee. Foto rechts de Polonaise met Willem ,Nel en zelf liep ik op de vierde plaats.

(terug naar top)

Deel 22 De citroenboom en de buurtjes van de Linden.

In het midden van onze tuin stond een mooie citroenboom met veel vruchten, met mijn windbuks genoot ik ervan om op afstand de citroenen te raken, in mijn fantasie waren het indiaanen en als je ze raakte dan zag je het sap eruit lopen. Ze speelde ik vaak cowboy en indiaanen. Mijn zus Ineke (Regina) kreeg verkering met een groente boer en hij wilde graag de citroenen plukken voor de verkoop in zijn winkel. Het duurde ook niet lang of er kwamen klachten dat in de citroenen loden kogeltjes zich bevonden. Ik wist hoe dat kwam !!!!
De familie van de Linden naast ons waren onze vrienden vader Henk moeder Joke en hun dochters Tina en Grace, wij hebben in de zes jaar dat wij in Nieuw Zeeland waren veel met hun opgetrokken ook voordat wij naast hun kwamen wonen op de Great south road. Het waren gezellige tijden Henk werkte toen bij een grote Landbouwmachine fabriek van International Harvestor iets vederop. Joke bakte vaak heerlijke cake en Tina en Grace zaten bij mij op school. Henk was in hart en nieren een echte Rotterdammer. Oma van de linden woonde in Rotterdam naast het huis waar Lucifer, een Nederlandse band van Margriet Eshuys en drummer Hennie Huisman vaak oefenden. Een bekend nummer van hun is House for Sale. Wij hebben later in Nederland Oma van de Linden in Rotterdam opgezocht.

(terug naar top)

Deel 23 Het 7de en laatste huis in Nieuw Zeeland.

Onze laatste woonhuis voordat wij terug naar Nederland vertrokken was een huis aan de Fairfax avenue in Penrose. Dit huis was gekoppeld aan het werk dat mijn vader had bij YKK ritssluitingen. Hij had het daar naar zijn zin maar alle tegenslagen meegenomen en de roep van de familie in Nederland om terug te komen was groot. Langzaam begonnen de kriebels te komen om terug te keren naar het geboorte land.Het huis had enige tijd leeg gestaan en bij het bekijken van de woonruimte sprongen de vlooien tegen de benen. Het huis moest eerst grondig van deze bewoners bevrijd en ontsmet worden, waardoor ons intrek werd vertraagd. Om het huis stond het gras tot knie hoogte, mijn schapen Bingo en Dingo waren aan de familie Prins die naast ons vorige huis woonde gegeven. Ik wil niet weten wat daar mee gebeurd is maar ik vrees dat deze ter consumptie zijn aangeboden. Al snel waren wij gelukkig zonder vlooien de nieuwe bewoners aan de Fairfax avenue in Penrose. De maanden vlogen voorbij de familie schreef "kom toch terug" wij hebben hier een huis voor jullie. Mijn vader had al lang de knoop door gehakt en was aan het sparen voor de terugreis. Via Willem huurden wij nog weleens een batch (vakantie woning) met boot in Cornwallis en gingen we daar vissen. Om het huis liep een sloot en al heel snel hadden wij door dat hier veel paling in zat. Dus gingen we paling vangen om later te roken. In een oude hutkoffer werden deze bewaard en bleven ze in leven. Eenmaal thuis werden ze klaar gemaakt om te roken.In een eigen gemaakte rokerij werden de palingen opgehangen onder een rookend vuurtje. Dit moest uren zo blijven smeulen en iedereen dacht terug aan de paling zoals die in Volendam smaakte. In Nieuw Zeeland was dit nog geen begrip. Het moment om de oven te openen was daar en iedereen keek vol verwachting en met water in de mond in de oven. Er hingen alleen nog graatjes de paling was zo gaar geworden dat er niets van over was. Er was één paling ontsnapt uit de koffer en deze lag drie dagen later dood op de stoep, door het hoge vochtige gras kon deze als slang drie dagen in leven blijven. Penrose was niet ver van Ellerslie, en gelukkig kon ik op school blijven. Ik zat inmiddels in Form 1 bij mister Hayden, die beloofde mij op te komen zoeken als hij in Europa was. De terugreis was via een reis bureau geregeld en de keus was gevallen op de "Castel Felice" een Italiaans schip van de Sitmar Line.


(terug naar top)

Deel 24 Het vertrek.

De nieuwe vriend van Ineke Brian zou voor Sparky zorgen, wij konden hem niet meenemen omdat dit ras niet tegen de Nederlandse kou zou kunnen. Dus weer afscheid nemen van een trouwe vriend. Via het reisbureau Henderson and Macfarlane kregen wij op 15 januari de reispapieren. Omgerekend per persoon kwam de reis op ongeveer 580 Euro.


Op 28 Januari omstreeks middernacht was het vertek gepland, en zo brachten Marian en Bob Bodt ons naar de Haven van Auckland, waar de Castel Felice op ons lag te wachten. Bij het aanboord gaan werd er gelijk een foto gemaakt en hier zie je ons viertjes staan met achter ons Marian en Bob die even aanboord mochten om afscheid tenemen.


Het was even na middernacht dat de Castel Felice zich los maakte van de kade om vervolgens de reis te vervolgen naar onze eerste stop Sydney. Onze vrienden stonden ons vanaf de kade uit te zwaaien en terwijl de lichtjes van Auckland langzaam vervaagde speelde men via de luidsprekes het bekende Maori song "Now is the Hour" Hier prachtig gezongen door Haley Westenra



Now is the hour, when we must say goodbye Soon you'll be sailing, far across the sea. While you're away, Oh please remember me. When you return, you'll find me waiting here.
Het was deze tekst die bij mij emotie losmaakte, de rillingen liepen over mijn rug en op de dag van vandaag bij het horen van dit lied heb ik nog steeds dat het rillingen over mijn rug lopen en ik heimwee achtige gevoelens moet onderdrukken.




wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

 

memories

Robs-Pixels